‘We’re so glad you’re here’ – Indiana, Pennsylvania, VS (2013)

Ze zien je als een potentiële terrorist, met bommen in je schoenen en in je tandpasta. Je stript voor ze, je vertelt ze alles over jezelf, alles wat ze willen weten. Aan welke straat je zult verblijven, waar je werkt en hoe lang al, of je ooit deelgenomen hebt aan een genocide. Ze kijken je priemend aan, ze glimlachen niet. Maar als je eenmaal in een van hun vliegtuigen zit, word je overspoeld met hun liefde en dankbaarheid. ‘Thank you for flying American Airlines. We’re glad to be your airline’, glunderen de medewerkers in een filmpje. Van bagage boy tot piloot – alle functies komen langs, en alle etniciteiten – breeduit lachen ze hun gebleekte tanden bloot. Allen even glad en zoet. ‘We’re so glad you’re here. Enjoy your flight.’

Op één uitbundige homoseksuele zwarte steward na, is het aanwezige personeel op mijn vlucht van Londen naar New York niet zo weldadig warm. Een oudere steward lijkt niet in staat tot glimlachen en snauwt naar de mensen die hun overgebleven etensresten niet binnen een seconde in zijn vuilniszakje deponeren. De zwarte steward compenseert. Ik schrik steeds wakker omdat hij zo luid ‘Sorry, sorry!’ roept als hij voorbijloopt (zonder overigens iemand last te bezorgen, behalve door zijn verexcuserende geroep). Hij knoopt praatjes aan met iedereen die gevoel voor mode etaleert, ik vang flarden op van gesprekken over de kwaliteit van Gucci-tassen en de hoeveelheid schoenen die een mens redelijkerwijs op een vlucht mee kan nemen. Deze gezelligheid blijft mij bespaard: ik draag een doodgewone spijkerbroek en een T-shirt van een band.

Het is niet dat ik aan een rol wil voldoen omdat ik nu eenmaal dit T-shirt heb aangetrokken, ik ben oprecht blij dat tussen het filmaanbod twee muziekdocumentaires staan: Searching for Sugarman en Sound City.

Searching for Sugarman gaat over Rodriguez, de vergeten Mexicaans-Amerikaanse muzikant die zonder het te weten al decennialang een ster is in Zuid-Afrika. In Amerika brak hij nooit door. ‘Beter dan Bob Dylan,’ riepen de Amerikaanse platenbazen, ‘maar onverkoopbaar’. Dus moest de iele man met het lange, zwarte haar in de bouw blijven werken. Niet dat hij daar problemen mee had, hij trok zijn chique pak aan naar de loods en maakte er zijn eigen show van. Als de Zuid-Afrikanen hem vinden, ondergaat hij hun adoratie met kalm genoegen. Voor het eerst van zijn leven staat hij voor een groot publiek. In Zuid-Afrika zijn de zalen en stadions avond aan avond uitverkocht. Maar Rodriguez blijft wonen in hetzelfde vervallen huisje in Detroit, hij blijft over de straten zwerven, zoals hij altijd heeft gedaan. Als de verwezenlijking van de Amerikaanse droom te lang op zich laat wachten is het de kunst om je dagelijkse werkelijkheid tot klein paradijs te verheffen.

Tussen de twee documentaires door lees ik in Stoner – ik ben bezweken voor de hype. Grunberg belooft dat het mijn leven zal veranderen (het literaire equivalent van Natalie Portmans ‘This song will change your life’ in The Garden State.) Ik wil best een verandering in mijn leven, maar als Stoner mijn leven verandert, dan niet als een blikseminslag, een openbaring of evenement. Als het mijn leven verandert, dan vooral als sluimerende geheugensteun dat het leven geen rechtlijnig succesverhaal is, geen avonturenroman of romantische komedie, maar een stuntelige bedoening met pieken, dalen en alle hobbelweggetjes ertussenin. Stoner is een boek over een boerenjongen die literatuurprofessor wordt, maar die stijging in sociaal-cultureel kapitaal wordt niet als overwinning gepresenteerd. Het beste aan Stoner is waarschijnlijk dat de hoofdpersoon tegelijkertijd onopmerkelijk en opmerkelijk is. Stoner is een onbenul én een scherpe geest, gelaten én gepassioneerd, verliezer én winnaar. Een heel gewone, heel bijzondere man, wiens liefde voor literatuur oprecht is. Natuurlijk spreekt dat lezers aan.

De wereld van de popmuziek uit Sound City contrasteert met de universitaire wereld uit Stoner. Dave Grohl brengt met zijn aanstekelijke enthousiasme uiteenlopende bekende muzikanten bij elkaar in een studio. Ze spelen, ze drinken, ze lachen, ze schreeuwen, en ze huilen zoals stoere muzikanten dat doen: zonder tranen. Dave Grohl benadrukt meermaals dat hij een high-school drop-out is. Maar wat hij doet raakt mensen, of bezorgt ze op z’n minst een leuke avond.

Of wat ik doe op de universiteit iemand zal raken valt te betwijfelen en losgaan op mijn artikelen zal al helemaal niemand. Wat bouwen we op de universiteiten, wat bouw ik? Een vriend van Stoner zegt het volgende over de universiteit: ‘Het is een gesticht of – hoe heet zoiets tegenwoordig – een rusthuis, voor de geestelijk zwakken, de bejaarden, de ontevredenen en de anderszins incompetenten.’

Sluit de universiteit het leven buiten? Zijn wij er langzaam en stilletjes aan het sterven, pratend tegen onszelf, hardop giechelend om binnenpretjes? Aan de andere kant is de onschadelijkheid van de academische wereld ook haar kracht. Weer de vriend van Stoner: ‘Maar hoe betreurenswaardig wij ook zijn, we zijn beter af dan degenen daar buiten, in het slijk, de arme drommels van de buitenwereld. Wij doen niemand pijn; we zeggen wat we willen, en we krijgen ervoor betaald. En daarmee overwint de natuurlijke deugd.’ Misschien komen de grootste veranderingen wel voort uit wat het meest onschadelijk lijkt. Sluipend, via omwegen en steegjes, zonder dat iemand het aan ziet komen. Misschien merken we die verandering nog niet op terwijl ze al heeft plaatsgevonden. Misschien… ach, wie wil er überhaupt echt verandering?

Rond 13 uur plaatselijke tijd kom ik aan in New York, waarvan ik alleen JFK airport zal zien. Het grote nieuws hier zijn de tornado’s in Oklahoma – op veilige afstand, de mensen kijken niet om naar de schermen met CNN-reportages. De buitenwijken van New York liggen er vredig en zonnig bij.

Als je Amerika binnenkomt zet de verplichte kennismaking zich voort. De Amerikanen willen hun gasten, hun vreemdelingen, van binnen en buiten leren kennen. Het liefst zouden ze je DNA opslaan en je gedachten lezen – zodra ze het kunnen zullen ze het doen. Daardoor voel je je een tiener in een winkel die voortdurend de blik van de kassajuffrouw op zich weet. Maar ergens voelt het ook prettig, geruststellend. Niet omdat ze je zo daadwerkelijk kunnen beschermen tegen andere, kwaadwillende vreemdelingen, maar omdat je gezien wordt. Kijk naar me, Obama. Ik onderteken plechtig dat ik geen fruit, insecten, dieren, ‘disease agents, cell cultures, snails’ meeneem en dat ‘business’ mijn ‘primary purpose’ is. Naast mijn handtekening zet ik de datum, 21/05/’13, en even is dit moment vastgevroren in de tijd, zoals ze dat hier zelf graag uitdrukken. Ik ben in hun land, heel even maar, maar het is niet onopgemerkt gebleven. Ze hebben de documenten, de vingerafdrukken, de bewijzen dat het zo was. De man bij de douane vraagt me in welk veld ik promoveer. Ik besluit het simpel te houden: ‘Literature’. ‘Literature!,’ zegt hij enthousiast. Geen verdere vragen, ‘literature’ is overduidelijk harmless. (Gedachten aan de literaire aspiraties van Osama Bin Laden en Radovan Karadzic schieten door mijn hoofd, veilig verstopt voor de douanier.) ‘We’re glad you’re here.’

//

De volgende ochtend is de lucht van het meest zorgeloze lichtblauw. Om half zeven ’s ochtends lopen en rijden er al mensen over de campus. Niet veel, af en toe eentje. De mensen dragen korte broeken en T-shirts of topjes. Ze verdwijnen tussen de bakstenen gebouwen. Op de achtergrond glooien groene, beboste heuvels. Zo vanachter mijn raam lijkt het hier een speelgoedstadje.

Niet veel later kom ik erachter dat het raam niet verder open kan dan tot een tochtkiertje.

Indiana County presenteert zich als ‘The Christmas Tree Capital of the World’ – zolang er geen Zweden of Noren zijn die ze tegenspreken kunnen ze dat fijn blijven claimen. Ze hebben een kerstreputatie hoog te houden, want Indiana is de geboorteplaats van James Stewart, de acteur uit de kerstfilm It’s a Wonderful Life. Er is een Jimmy Stewart Boulevard en een Jimmy Stewart Museum. Er is ook een It’s a Wonderful Life-festival, maar niet nu. Het weer leent zich momenteel niet voor een kerstsfeer. Het is 30 graden Celsius, zonnig, met een licht briesje. Op een dag als deze houd ik van Amerika, en van Indiana, Pennsylvania in het bijzonder. Op straat is het rustig, maar niet te rustig. Er wordt gebouwd aan huizen, bejaarden en werklozen slenteren over de hoofdstraat, Philadelphia Street, terwijl grote auto’s en enkele vrachtwagens voorbijrijden. Vanuit een verslonsd huis aan Nixon Avenue, tegenover het Indiana Music House, waar heel oude blaasinstrumenten worden verkocht (maar niet vandaag, vandaag is het dicht), klinkt The Offsprings ‘Self Esteem’. Een vrachtwagenchauffeur zegt dat ik over kan steken, dat hij zal wachten. Hij wenst me een fijne dag.

Ik zit een tijdje tegen een boompje in het gras en luister naar Monsters of Folk, Ahead of the Curve  (‘Another perfect day / They keep piling up / I’ve got happiness / that I can’t maintain, some beginner’s luck’). Waarom voel ik me in de VS vrijer? Waarom geloof ik hun slogan – een van hun slogans – ‘land of opportunity’? Ik denk dat het het landschap is, de ruimte. Men neemt hier misschien niet de tijd voor dingen, maar wel de ruimte. Dat helpt – zeker als je zelf wel de tijd hebt – om na te denken. Als we net iets warms vastgehouden hebben schijnen we ons ook warmer te gedragen tegenover anderen. We voelen ons echt kouder als we eenzaam zijn. Dus ook: fysieke ruimte zorgt voor ruimte in je hoofd.

Boekwinkel The Book Nook doet me beseffen: in Indiana, Pennsylvania kan ik niet leven. Van de hedendaagse literatuur hebben ze alleen de allergrootste bestsellers en dan nog het liefst in de spannende genres (Dean Koontz, Stephen King). Ik kan me er wel iets bij voorstellen dat de mensen hier behoefte hebben aan wat spanning in hun leven. Al hebben ze daar waarschijnlijk andere methoden voor, ik ben de enige in The Book Nook. De deur tingelt, twee mannen in donkerblauwe pakken komen binnen. Ze hebben niet veel tijd nodig, ze gaan niet ver de winkel binnen, ze kopen een Wall Street Journal. Eén krant voor twee mannen, is dat een vorm van kameraadschap of is het zuinigheid à la Dagobert? ‘If it’s between you and the judge’s daughter…?,’ vraagt donkerblauw pak 1. ‘Well, then I don’t even want it.’ Bij gebrek aan boeken koop ik snel wat postkaarten.

Het valt me nu ook op hoeveel kerken er in Indiana zijn, van methodisten tot baptisten, iedereen heeft zijn eigen kerk, allemaal doen ze hun best om hun gemeenschapje bij elkaar te houden.

//

De deelnemers aan dit congres vallen uiteen in twee groepen: mensen die schrijvers en schrijfsels bestuderen en mensen die lezers en leeservaringen bestuderen. De organisator, David Hanauer, heeft zo zijn eigen visie op wetenschap. ‘Denk aan Foucault,’ zegt hij, ‘welke kennis sluit je buiten als je zegt “this is not science”?’ Zijn meest recente onderzoek bestond uit het maken van een gedicht op basis van interviews die hij met zijn vader, een Holocaustoverlevende, had. Een gedicht maakt het beste duidelijk wat de belangrijke thema’s zijn, vindt Hanauer. Als hij mijn empirische lezersonderzoek ‘beautifully constructed, just like a poem’ noemt, zie ik dat dan ook als een groot compliment. Maar ik weet dat ik er nog niet ben, waar ik ook wil zijn. Nog lang niet. ‘Probably end up a drifter, lonely/ But I’m still hoping for a change of heart / And a place to start’.

Toch heb ik het gevoel dat ik onderweg ben. Het zal wel weer door Amerika komen en haar hoopvolheid. The audicity of hope. Gatsby, met zijn ‘extraordinary gift for hope’. ‘Gatsby believed in the green light, the orgiastic future that year by year recedes before us. It eluded us then, but that’s no matter – tomorrow we will run faster, stretch out our arms farther… And one fine morning – So we beat on, boats against the current, borne back ceaselessly into the past.’ Ja, Gatsby sterft, maar hoop vermoord je niet zo gemakkelijk, hoop is een ondode, een vampier. Ze verleidt je, ze zuigt je leeg, en als je haar weer tegenkomt laat je je opnieuw verleiden.

‘Weet wel,’ zegt David Hanauer, terwijl we in de regen teruglopen van een kroeg naar de campus, ‘dat Amerika geen geheel is zoals Europese landen dat zijn.’ ‘America does not exist.’ ‘En de gedeelde symbolen dan?,’ vraag ik, ‘de vlaggen overal, het zingen van het volkslied bij de kleinste gelegenheid, de Droom?’ Stoplappen, vindt hij. Geforceerde pogingen een idee van eenheid toe te dichten. ‘There are no shared issues.’ (Ik vroeg hem of hij Stoner ook heeft gelezen, maar hij had er nog nooit van gehoord.) ‘Aan de andere kant,’ geeft hij toe, ‘is Amerika het enige land waar immigranten binnen no time geaccepteerd worden als Amerikaan. In elk ander land zou ik nog steeds een Duitser zijn.’

//

Op de dag waarop ik terugga naar Nederland is het kil en bewolkt. Ik voel het vandaag niet, de hopefulness van Gatsby. Amerika is meedogenloos, denk ik nu. Ik vraag me af of ze niet op haar mooist is zolang ze aan de andere kant van het water ligt, groen licht in de verte.

Katie is mijn lift terug naar Pittsburgh airport. Ze heeft een rode pick-up truck waarin zij, oma Mimi, dochter Alex en al hun verzamelde spullen zitten. Ik heb de eerste drie kwartier niet door dat Alex een meisje is. Haar geslacht en leeftijd zijn volstrekt onbepaalbaar, verhuld door zacht vet en een kort kapsel. Alex probeert familieverhalen te vertellen over vuurwerk en dode katten, maar laat zich ook weer snel de mond snoeren door Katie, die haar verhalen ongeschikt vindt voor buitenstaanders. Als ik erachter kom dat Alex net klaar is met de middelbare school – we zijn inmiddels al bijna bij de luchthaven – vraag ik haar naar haar toekomstplannen. Ineens wordt Alex serieus. Haar droom is om ‘entertainment‘ naar Indiana te brengen, te beginnen met een echte boekhandel.

Terwijl haar moeder haar hand uitsteekt om mijn dollars in ontvangst te nemen, roep ik over mijn schouder naar Alex dat ik hoop dat het haar lukt. Alex begint een heel klein beetje te stralen.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s