‘A brand new, insane sort of narcissism’ – Lincoln, Engeland (2012)

Op een zondag vanuit Manchester naar Lincoln reizen is een hels karwei, of in elk geval een omslachtige bezigheid, met overstappen op Doncaster, Newark Gate en Newark Castle. Tussen Manchester en Doncaster wordt het bijna ruige landschap (met van die lage, scheve afscheidingen van opgestapelde stenen om de schapen uit elkaar te houden) eerst in mist gehuld, daarna overspoeld met regen. Newark Gate is zonnig en verzengend heet, maar in Newark Castle hangen er donkergrijze donderwolken boven het fort dat je vanaf het station kunt zien liggen.

In Newark Castle moet je voor de trein naar Lincoln het spoor oversteken – netjes via de straat, anders riskeer je 2000 pond boete. Voor me loopt een Engelse familie waarvan alle leden overgewicht hebben (behalve wellicht de baby, die kan ik niet goed zien) met rotjes te gooien. Je weet nooit wat je aan de Engelsen hebt, sommigen zijn overdreven beleefd, anderen botter dan de botste Hollander. Enige indicatie vooraf geeft het lichaamsgewicht, de ielere Britse medemens lijkt vaker beleefd. Zou dit een werkelijke correlatie zijn of is het een stereotype dat ik heb, gevoed door beelden van het Britse koningshuis, films met Hugh Grant en Little Britain? En als de correlatie bestaat, is dan geremdheid of sociale klasse de achterliggende factor die bepaalt wat je in je mond stopt en wat je eruit laat komen?

Ielere Britten lijken ook meer te lezen (misschien is lezen de achterliggende factor, lezen bemoeilijkt zowel schelden als eten, alsook het gooien met rotjes op straat). Hoe dan ook is Engeland een land waar gelezen wordt. Of die schijn wil men ophouden. Gelijk als je uit het vliegtuig stapt wachten de boekhandels je al op. Waterstones is het stamhoofd, maar zelfs in het supermarktje ligt een uitgebreid assortiment aan Engelstalige wereldliteratuur, van Dickens tot Kerouac, naast de chocoladerepen. Drie voor de prijs van één.

Ik koop een chocoladereep, want ik heb al drie boeken bij me. Het is die alomtegenwoordigheid van boeken die me – ondanks het bipolaire weer, ondanks dat ze hier alles te pas en te onpas ‘lovely’ en ‘marvelous’ en ‘wonderful’ noemen, ondanks dat je overal door camera’s in de gaten wordt gehouden – voor Engeland inneemt.

Rond half 5 rijdt de trein uit Newark Castle Lincoln binnen. Lincoln is – ook naar niet-Engelse standaarden – lovely. Meer dan lovely. Zwanen zwemmen in het kalme water van het haventje. Op de achtergrond rijst de oude stad op uit de heuvels. Huisjes van baksteen, een enorme gothische kathedraal tussen ruïnes en helemaal bovenaan een kasteel dat vanuit de verte op een zandkasteeltje lijkt.

Van dichtbij blijkt Lincoln nog mooier, met smalle, slingerende straatjes waaraan de middeleeuwse huizen perfect gerestaureerd lovely en marvelous en wonderful staan te zijn. Straatjes met namen als Steep Hill en Drury Lane, huizen begroeid met klimop. Veel boekwinkels, veel cafés. Het is het mooiste Engelse stadje dat ik ooit zag, zeg ik tegen de man die ook Steep Hill opklimt en me probeert te versieren. Hij komt uit Londen en is het met me eens. Maar, zegt hij, er zijn hier geen banen. Hij biedt me wat te drinken aan en ik probeer beleefd te weigeren. Ik wil alleen zijn, naar de  gigantische bioscoop die ze hier hebben, naar Brave.

Brave vertelt me – via allerlei tragikomische misverstanden in een Schotse sprookjessetting  – dat je je lot zelf bepaalt. Vertel dat de mensen nu niet, denk ik, niet weer, geef ons toch niet steeds die valse hoop. Aan de andere kant: er is wetenschappelijk bewijs voor een verband tussen realistisch denken en depressie. Depressieve mensen zijn er beter in de wereld te zien voor wat-ie is. En willen er vervolgens het liefst vanaf stappen. Liever valse hoop dan geen hoop.

Alle Schotse prinsen en prinsessen in de film doen me eraan denken dat het gehele Verenigd Koninkrijk gebouwd is op verhalen. Meer dan om daadwerkelijke Romeinen, Vikingen of koningen gaat het in dit land, deze verzameling gebieden, om de legendes. Niet ‘zo was het’, maar ‘er was eens’. Koning Arthur, Lancelot en Guinevere, Robin Hood en zijn merry men. Of en hoe ze hebben geleefd is verre van zeker, maar er is een heel nationaal zelfbeeld op gebaseerd. En Shakespeare natuurlijk, de verhalenverteller die zelf een legende is. En daarna nog vele vertellers die zeker bestaan hebben, wiens verhalen steeds fantastischer werden, van Lewis Carroll tot J.K. Rowling. Als je dat rijtje ziet moet je concluderen dat de waarheid hier er niet zo toe doet, dat fantasie hoger geschat wordt.

Waarom dan overal die camera’s, die voortdurende registratie, dat steeds vastpinnen van de werkelijkheid? Onderweg naar Lincoln las ik in De Groene een stukje van Chris van der Heijden over de camera, niet die van beveiligers maar van onszelf: waarom registreren we tegenwoordig alles, zoals de demonstraties waar we in meelopen? ‘Beeldcultuur’, is zijn antwoord, we geloven meer in het beeld dan in het woord. De camera maakt wat we doen echt, en urgent, en communicabel.

Ali Smith heeft het in There but for the  – één van de drie boeken die ik bij me heb – ook over camera’s, en dan vooral over die Britse Big Brother, CCTV. Zij uit een poëtischer visie op onze relatie ermee: ‘To be noticed is to be loved’. Ze vervolgt: ‘How like a brand new, insane sort of narcissism it would have seemed, this mad filming of ourselves all the time, had we had a preview of it even just twenty or thirty years ago. What a paranoid, jealousy-maddened love affair just walking down any street in a British city in 2009 resembled.’

2012 is niet anders, waarschijnlijk erger. Overal word je gevolgd. Misschien dat de meisjes hier daarom allemaal in mini-jurkjes en killer heels rondlopen (ook in de winter). You want to look your best for the camera. Als het beeld alles is wat ertoe doet, bepaalt de kijker of jij het waard bent gezien te worden, geliefd te worden. De meeste beelden van CCTV zal niemand bewust bekijken, maar je weet het nooit.

En hoe meer het beeld domineert, hoe minder ruimte er is voor verhalen. Alleen dat verhaal van de Amerikaanse droom blijft over: het lot bepaal je zelf. Voor velen zal dat klinken als: ook jij kunt beroemd worden. Be noticed, be loved.

Maar ‘het lot bepaal je zelf’ kan natuurlijk even goed betekenen dat je vrij bent een onopmerkzaam leven te leiden. Je bent vrij je af te melden bij Facebook, geen smartphone aan te schaffen. Als meerdere mensen dit doen komen er misschien weer meer verhalen, in Engeland, Nederland, overal waar de camera domineert. Alleen, horen andere mensen die verhalen dan nog? Als je een verhaal vertelt dat niemand hoort, bestaat dat verhaal dan wel?

Inspirerende voorbeelden van hoe het anders kan komen zelden op tv, dat zou immers paradoxaal zijn. Toch kan het. Vlak voor ik vertrok, zag ik op tv Nederlandse kinderen Engelse liedjes zingen (hun Engels was verbazingwekkend goed, ik vond dat beangstigend). ‘Wil jij ook zo beroemd worden als Ralf?,’ vroeg de presentator aan een rustig jongetje van zo’n 7 jaar dat net met diezelfde Ralf een liedje had gezongen. ‘Nee,’ zei het jongetje, ‘dat lijkt me niet leuk, al die drukte om je heen.’

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s